Met pensioen

Als u uw pensioenleeftijd nadert wordt het tijd een aantal keuzes te maken rondom uw pensioen. Wij noemen dit Herschikken.

Keuzemogelijkheden
In de pensioenregeling is een aantal keuzemogelijkheden opgenomen. Het gebruik maken van deze keuzemogelijkheden is overigens niet noodzakelijk. Als u hiervan geen gebruik maakt, gelden de standaardbepalingen uit het pensioenreglement.

De keuzemogelijkheden betekenen dat de hoogte van uw ouderdomspensioen wijzigt. De gevolgen van de keuzemogelijkheden voor uw ouderdomspensioen kunt u berekenen met behulp van factoren die opgenomen zijn in de bijlage bij het pensioenreglement.


- Vervroegde pensionering

Voor het ouderdomspensioen geldt een pensioenrichtdatum van 65 jaar. U kunt het pensioenfonds verzoeken het ouderdomspensioen eerder in te laten gaan. De vroegst mogelijke datum is het moment waarop u de 60-jarige leeftijd bereikt. Bij vervroegde pensionering wordt uw ouderdomspensioen lager. De hoogte van het partnerpensioen hoeft niet te wijzigen door vervroegde pensionering.


- Deeltijdpensionering

Het is mogelijk om gedeeltelijk met pensioen te gaan en gelijktijdig parttime te blijven werken. Dit heet deeltijdpensioen. De periode dat u met deeltijdpensioen gaat moet minimaal een jaar zijn. Omdat hierdoor een gedeelte van uw ouderdomspensioen eerder ingaat dan de 65-jarige leeftijd, zal dit leiden tot een lager ouderdomspensioen.


- Omzetting van ouderdomspensioen in partnerpensioen

U kunt een deel van het opgebouwde ouderdomspensioen bij pensioeningang en bij een eerdere beëindiging van het deelnemerschap gebruiken om een hoger partnerpensioen te verkrijgen. Na omzetting mag het verhoogde partnerpensioen niet meer dan 80% van het verlaagde ouderdomspensioen bedragen.


- Omzetting van partnerpensioen in ouderdomspensioen

Op het moment van ingang van het ouderdomspensioen kunt u (een deel van) het partnerpensioen gebruiken om het ouderdomspensioen te verhogen. Na omzetting houdt u geen (of een lager) partnerpensioen over.


- Variatie in pensioenuitkeringen

De pensioenuitkeringen kunnen gedurende een periode van maximaal tien jaar aansluitend op de pensioeningangsdatum in aanvang hoger zijn dan in de periode daarna. Het hogere pensioen is maximaal 33% hoger dan het lagere pensioen. In de periode vóór 65 jaar kan een bedrag ter grootte van de dubbele AOW-uitkering voor een gehuwde buiten beschouwing blijven bij het vaststellen van deze fiscale grenzen. De hoogte van het partnerpensioen hoeft niet te wijzigen door de variatie in hoogte van het ouderdomspensioen.